Europese energieministers moeten rem zetten op voedsel in tank

De Europese energieministers besluiten morgen over de maximale bijmenging van voedselgewassen, zoals palmolie, voor biobrandstoffen. Zij lijken de grens hiervoor te willen verhogen naar 7 procent van de brandstofmix in autotanks, terwijl inmiddels bekend is dat biobrandstof meer kwaad dan goed doet voor mens en milieu. Milieudefensie roept de Nederlandse afgevaardigde, energieminister Henk Kamp, op om morgen voet bij stuk te houden en te kiezen voor het verregaand aan banden leggen van het gebruik van voedselgewassen als brandstof.

Milieudefensie is one of the member organizations of IUCN

Geert Ritsema, campagneleider Energie en Grondstoffen bij Milieudefensie: 'Biobrandstoffen leken een oplossing voor de bijdrage van het Europese autoverkeer aan klimaatverandering. Nu is allang bekend dat ze, door de wijze van produceren, juist zorgen voor meer broeikasgasuitstoot dan fossiele brandstoffen. Je zou denken dat de Europese Unie de vraag dus niet nog verder op wil drijven. Maar inmiddels spelen er meer belangen: de autobranche ziet goedkope brandstof, boeren zien kansen, banken en pensioenfondsen investeren in de industrie en ook in ons land is een aantal grote verwerkers van biobrandstoffen gevestigd. Die lobbyen allemaal om de grens juist te verhogen en dus meer import van voedselgewassen voor biobrandstoffen toe te laten.”

In september besloot het Europees Parlement om de grens voor het bijmengen van voedselgewassen in Europese tanks vast te stellen op maximaal 6 procent, terwijl de Europese Commissie 5 procent had voorgesteld. Milieudefensie wees er toen op dat een maximum van 6 procent ruimte biedt om nog veel meer voedsel in benzinetanks op te stoken dan nu. Op dit moment wordt er 4.5 procent bijgemengd. De Europese Raad van ministers lijkt morgen echter nog verder te willen gaan, met een voorstel voor 7 procent. Ten opzichte van de oorspronkelijk voorgestelde 5 procent betekent dat een extra hoeveelheid opgestookte voedselgewassen waarvan 68 miljoen mensen gevoed kunnen worden. Daarnaast leidt de verhoging tot een extra uitstoot van 646 miljoen ton CO2. Dat staat gelijk aan de uitstoot van 29 miljoen auto's (zie briefing).

Die extra uitstoot ontstaat doordat de groeiende vraag naar biobrandstoffen leidt tot aanleg van steeds meer plantages voor palmolie en andere biobrandstofgewassen in Zuidelijke landen. Daarvoor worden (vaak illegaal) miljoenen hectares bos gekapt of veenlanden ontgind. Dat leidt tot zoveel extra broeikasgasuitstoot dat biobrandstoffen, ondanks lagere uitstoot bij verbranding in de automotor, onder de streep toch schadelijker zijn voor het klimaat dan de fossiele variant. Daarnaast leiden biobrandstoffen tot nog meer problemen, zoals voedselschaarste en landroof.

Milieudefensie stelt deze misstanden al jaren aan de kaak en deed dit jaar, samen met haar internationale koepelorganisatie Friends of the Earth, een reeks onderzoeken op palmolieplantages in Afrika en Azie. Vorige maand bracht het laatste onderzoek de verwoestende praktijken van de palmolieindustrie in Indonesië aan het licht. Daarbij werd duidelijk dat deze praktijken ook door Nederlandse banken (Rabobank, ING, ABN) en pensioenfondsen (PFZW en ABP) worden gefinancierd.

Wilmar
De grootste palmolieproducent ter wereld, het Maleisische Wilmar, kondigde vorige week aan dat het een eind wil maken aan ontbossing, veengrondontginning en landroof voor hun palmolie. Milieudefensie en Friends of the Earth, die als eersten misstanden openbaarden op Wilmarplantages en al jarenlang campagne voeren tegen het bedrijf, zijn blij met dit voornemen, maar willen eerst concrete verbeteringen zien. Geert Ritsema: “Dit is uiteraard een overwinning, maar: eerst zien, dan geloven. Daarnaast is verbetering aan de aanbodkant alleen niet voldoende: als Europa de vraag naar biobrandstoffen zoals palmolie blijft opvoeren, blijft het probleem bestaan. Wij roepen de Europese energieministers dus op om morgen resoluut de rem te zetten op het gebruik van voedsel in de benzinetank.'

Dit persbericht is uitgegeven door Milieudefensie, een van de Nederlandse lidorganisaties van IUCN.

Go to top