Verslag Bossenoverleg 5 juni 2013

Op woensdag 5 juni vond een Bossenoverleg plaats. In dit verslag wordt een korte samenvatting gegeven van wat per agendapunt is besproken.

Wegens afwezigheid van Marnix Becking werd de agenda van het Bossenoverleg enigszins gewijzigd. Het agendapunt dat door Marnix besproken zou worden werd overgenomen door Rob Busink van EZ.

1. Update vanuit de ministeries (Rob Busink, EZ)

  • Nota Ploumen. Het kabinet heeft de opgave om 1 miljard euro te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. De minister zet in haar nota in op de thema’s klimaat, water, voedselveiligheid, gender en duurzame inclusieve groei. De nota spreekt niet expliciet over bossen maar benadrukt het belang van een integrale aanpak. Bossen kunnen daarin cruciaal zijn, onder meer als belangrijke stroomgebieden. Aandacht voor TEEB en landrechten worden ook niet expliciet genoemd maar vormen wel een cruciaal deel van de praktijk ten aanzien van de kernthema’s.
  • De FAO heeft 5 strategische doelen opgesteld waarin de nadruk ligt op voedselzekerheid, armoedebestrijding en duurzaamheid. Een van de doelen omvat onder andere het duurzame beheer van bossen in de wereld.
  • Met betrekking tot de EUTR resten nog veel praktische vragen. Om op veel van deze vragen te antwoorden is onlangs een leidraad gepubliceerd die is te downloaden via de website van de Europese Commissie. Momenteel wordt voor problemen rondom implementatie en handhaving ook gekeken naar de ervaringen met de Lacy Act in de Verenigde Staten. Greenpeace wijst aan de hand van twee concrete cases op het belang van monitoring en handhaving door de lidstaten. In een van de cases is hout onder een valse CITES vergunning toegelaten. Tevens bestaat het gevaar dat illegaal hout via sluiproutes alsnog de EU binnenkomt (bijvoorbeeld via Zwitserland).
  • FLEGT actieplan – De eerste landen die hout met een FLEGT vergunning zullen exporteren zijn hoogstwaarschijnlijk Indonesië en buurland Maleisië.
  • VN Bossenforum – Er is afgesproken dat er een evaluatie gaat plaatsvinden over het forum. Over duurzame financiering is geen besluit genomen.
  • Pan-Europees Bossenverdrag – Er heersen nog vragen over de financiering en de naleving van het verdrag. Rond 15 juni zal hierover uitsluitsel komen. De implicaties van het verdrag (bijvoorbeeld MRV) voor de lidstaten zijn nog niet helder.

De beleidsagenda met betrekking tot bossen omvat verder 1) de EU Bossenstrategie, 2) de discussie over RED (duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa) en 3) het NL grondstoffenbeleid (waar wordt gesproken over een FLEGT-achtige aanpak voor grondstoffen).

Namens het ministerie van I&M lichtte Imke Haenen de Green Deal Duurzaam Bosbeheer toe. Dit initiatief is ongeveer een jaar geleden ontstaan. De Green Deal richt zich op het vergroten van het aandeel hout uit duurzaam beheerde bossen op de Nederlandse markt. Het gaat om een convenant tussen I&M, EZ, BuZa, IDH, Tropenbos en 20 brancheorganisaties. Op 20 juni zal dit convenant ondertekend worden en loopt tot en met 2015.

2. Sustainable Tropical Timber Coalition (Anne van Steenoven, IDH)
De Sustainable Tropical Timber Coalition (STTC) is een initiatief van IDH in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken. Het doel van het STTC is het verhogen van de vraag naar duurzaam hout naar 30%. In de periode 2010-2012 is er onder het IDH programma 2,5 miljoen hectare bos FSC gecertificeerd. Toch komen we er met de huidige gang van zaken niet. Winsten bij duurzaam bosbeheer zijn nog steeds lager dan bij conventionele houtteelt en de vraag naar duurzaam hout daalt momenteel. Dat de houtsector het in Nederland zwaar heeft blijkt overigens uit het feit dat een groot deel van de bedrijven is opgedoekt in de afgelopen paar jaar. Bovendien wordt bij stijgende houtprijzen de concurrentie met andere materialen (metalen, kunststoffen) moeilijker. Niettemin biedt de EUTR volgens IDH een interessante business case omdat bedrijven nu sowieso moeten investeren in legaliteit. Duurzaamheid zou daarbovenop een relatief kleine stap zijn. De STTC voorziet in maatregelen op verschillende niveaus.

> Download presentatie
 

3. REDD+ en bedrijven (Jan Willem den Besten, IUCN NL)
Internationale en nationale REDD+ programma’s komen langzamerhand op gang en de vraag reist hoe bedrijven zich met het proces kunnen inlaten. In het licht van de klimaatagenda wordt REDD+ vooral gezien als mogelijkheid voor korte termijn reductie in de uitstoot van broeikasgassen. Wereldwijd is er inmiddels een indrukwekkende hoeveelheid geld beschikbaar gesteld voor de uitvoering van REDD+, waarvan momenteel het overgrote deel afkomstig is uit OS gelden en wordt besteed aan REDD+ Readiness. Cruciaal voor het succes van REDD+ is dat het goed is ingebed in de strategie om emissies te reduceren. Hiertoe is de internationale verplichte markt echt noodzakelijk. Overigens is het wel duidelijk dat het bedrijfsleven een grote rol speelt in het uitvoeren van het klimaatverdrag. Verschillende zorgen blijven bestaan rondom REDD+ bijvoorbeeld als gaat om permanentie en de verplichtingen tot emissiereducties in het Westen. Volgens meerdere aanwezigen kan samenwerking met de duurzame houtsector bevorderlijk zijn voor het REDD+ proces.

> Download presentatie

Go to top