Verder kijken dan aankoop: over innovatie in het instrumentarium - Blog van Marc Hoogeslag

Wanneer de aankoop van land je belangrijkste instrument is om habitat van bedreigde soorten veilig te stellen ligt de focus al gauw op Latijns-Amerika. In Centraal-Azië liggen echter onontdekte mogelijkheden, merkt Marc Hoogeslag. Een blog over innovatie in het instrumentarium voor natuurbeheer.

Marc Hoogeslag

Sinds 2001 beheert IUCN NL een landacquisitiefonds. Hiermee stellen we natuurorganisaties in zuidelijke landen in staat om bedreigde stukken natuur aan te kopen. Verreweg de meeste van die natuurorganisaties – zo’n vier op de vijf - zijn afkomstig uit Latijns-Amerika. Logisch, want hier hangt het laaghangende fruit: veel vaker dan in Azië en Afrika is land hier privébezit en is duidelijk welk land van wie is en waar de grenzen lopen. Ook maakt de wet het relatief eenvoudig voor ngo’s om land aan te kopen en te beheren.

Maar ook op andere continenten staat de natuur onder druk. Hoe kunnen we die bossen, wetlands en savannes toch veiligstellen als landaankoop geen optie is?

Met die vraag in het achterhoofd bezocht ik onlangs een conferentie over natuurbescherming in de Kaukasus en Centraal-Azië. Een deel van de wereld met enorm grote variëteit in ecosystemen en een gigantische rijkdom aan biodiversiteit: met soorten als de sneeuwluipaard, de bizar ogende saiga, de markhor en het Marco Polo schaap. Maar ook met ernstige bedreigingen: oprukkende mijnbouw, grote infrastructurele werken die migratieroutes blokkeren, overbegrazing en grootschalige stroperij.

Aankoop van land is niet mogelijk in deze regio omdat het land in bezit is van de overheid of lokale gemeenschappen. Ngo’s experimenteren daarom met alternatieve instrumenten, zoals lease. In Kazachstan bijvoorbeeld least een lokale natuurorganisatie een gebied van maar liefst 450.000 (!) hectare van de overheid. Hierdoor kan de saiga-antilope ongestoord migreren. De kosten van de lease? Een appel en een ei.

Op papier lijkt dit een bijzonder interessant model: er wordt een gigantisch gebied beschermd en de kosten voor de lease zijn bijkans nul. De nadelen zijn echter ook duidelijk: de overheid houdt het beheer zeer goed in de gaten en bij de minste of geringste overtreding, bijvoorbeeld als in het gebied gestroopt wordt, kan de overheid de lease terugdraaien. Om dit te voorkomen moet de ngo veel investeren in patrouilles en voorlichting bij lokale gemeenschappen. Daardoor lopen kosten voor bescherming op tot 150.000 euro per jaar. Per hectare heel weinig, maar voor de gemiddelde ngo erg veel om jaarlijks op te hoesten.

Toch bieden dit soort alternatieve modellen kansen. Die moeten we – ondanks de risico’s - benutten. IUCN NL steunde de afgelopen jaren al innovatieve projecten in Armenië, Iran, Vietnam, Myanmar en Indonesië waar niet gekocht wordt maar geleased. Niet zelden was dit een primeur in het land. En niet zelden pakte het heel goed uit.

De conferentie heeft me de ogen geopend voor de gigantische mogelijkheden die in Centraal-Azië liggen. Een gebied met een fantastische biodiversiteit, duidelijke bedreigingen en zeer capabele ngo’s die in een moeilijke context fantastisch werk verrichten. Tijd om de blik naar het oosten te richten.

Go to top